In groep 1 en 2 staat het spelend leren en ontdekken centraal. We beginnen met de leerlingen in de kring. Ze mogen hun belevenissen vertellen en leren zo naar elkaar te luisteren. Vaak wordt er een gerichte opdracht op taal of rekengebied in de kring aangeboden. Er is veel aandacht voor taalontwikkeling en vaste routines, omdat dit de basis is voor heel veel ander leren.
Naast het werken in de kring wordt er gewerkt in hoeken, aan tafels, in het speellokaal en op het schoolplein. In leerlijnen is vastgelegd welke doelen in een bepaalde periode behaald moeten worden. In deze doelen komen alle benodigde ontwikkelingsfasen voor kleuters systematisch aan bod. Er wordt op basis van een bepaald thema aan deze doelen gewerkt. Wanneer de doelstellingen behaald worden, heeft de leerling een solide basis ontwikkeld en is aan de voorwaarden voldaan om naar groep drie door te stromen.
Van de ontwikkelingen wordt verslag gedaan via een plakboek, een digitale registratie in het leerlingvolgsysteem en een rapport. Bij het werken met ontwikkelingsmateriaal zijn de kinderen individueel of gezamenlijk op hun eigen niveau bezig.
De sociaal-emotionele ontwikkeling is van groot belang. De leerlingen moeten leren om samen te spelen en samen te werken. Bij goed weer spelen de leerlingen buiten. Bij slecht weer wordt er binnen gespeeld. Leerlingen hebben 2 keer per week bewegingsonderwijs van een vakdocent bewegingsonderwijs.