De drie kernwoorden van burgerschapsvorming zijn:

Identiteit

Om deel te kunnen nemen aan de samenleving, moet je weten wie jezelf bent en waar je voor staat en moet je je bewust worden en zijn van wie je bent ten opzichte van anderen. In de klas reflecteren we op eigen gedrag en omgang met anderen o.a. tijdens de lessen van godsdienst en sociaal-emotionele vorming.

Democratie

Om op een goede manier deel te nemen aan de maatschappij moet je weten hoe deze werkt. Samen problemen oplossen, keuzes maken en accepteren dat de meerderheid een beslissende stem heeft.

Participatie

Actief burgerschap betekent dat je deelneemt aan de samenleving. Dit kan betrekking hebben op het deelnemen aan politieke besluitvorming (relatie burger en overheid), maar ook op het deelnemen aan maatschappelijke verbanden (tussen burgers onderling). Het geven van meer verantwoordelijkheid aan de leerlingen zal de participatie in de maatschappij ten goede komen.